Publicaties

Overheid, bestuursorgaan en aanbestende dienst onder de nieuwe aanbestedingsrichtlijnen, Tijdschrift voor Aanbestedingsrecht 2017/4 no. 55.

Steyger, E. (2015). Het zorgstelsel in Europees perspectief. In Op weg naar 10 jaar nieuw zorgstelsel (pp. 31-66). Den Haag: Sdu.

Steyger, E. (2014). Aanbestedingswet 2012 en de Europese richtlijnen: hand in hand? Ars aequi, 63(06), 430-437.

Vrij verkeer en mededinging: de interne situatie, Sociaal economische wetgeving (SEW) 2014, p. 66-74

Europees sociaal publiekrecht en Nederlands sociaal recht: publieke eisen aan private verhoudingen in Het publieke van het privaatrecht: Hoe regulering van publieke belangen het privaatrecht beïnvloedt, (red. O.O. Cherednychenko, C.E.C. Jansen, A.R. Neerhof en F.M. J. Verstijlen), verschijnt in 2013

Vrij verkeer en mededinging: toenadering van privaat- en publiekrecht, Nederlands Juristenblad 2012, p. 2114-2121.

Wetgeven, Handboek voor de centrale en decentrale overheid, (S.E. Zijlstra red.) Kluwer Deventer, 2012. Hoofdstuk 18: Europeesrechtelijke grenzen aan nationale wetgeving, p. 579- 630, Hoofdstuk 19: Implementatie van Europees recht, p. 633 – 663.

Een cocktail van NMa, OPTA en Consumentenautoriteit: stirred or seriously shaken? Mediaforum juli/augustus 2011, p. 205-209

Overheidsbijdragen aan infrastructuur: gerechtvaardigde ondersteuning of onrechtmatige staatssteun, Nederlands Tijdschrift voor Bestuursrecht, 2010, p. 3-11.

Hybride organisaties in Europeesrechtelijk perspectief, Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen 2010, p. 74-87 (over de Europeesrechtelijke invloed op ondernemingen die een wettelijke taak uitvoeren).

Beroepstermijnen aanbestedingsrecht en het effectiviteitsbeginsel, Nederlands tijdschrift voor Europees recht 2010, 195-199.

De algemene wet bestuursrecht en het economisch ordeningsrecht: een ontregelende relatie, in Bestuursrecht harmoniseren: 15 jaar Awb (red. T. Barkhuysen, W. den Ouden & J.E.M. Polak, Boom Den Haag 2010, p. 655-668.

Het bestuursorgaan in het licht van het Europese recht: houdbaar of waan wijzigingen onderhevig, in Europees recht effectueren (red. T. Barkhuysen, W. den Ouden, E. Steyger) Kluwer, Deventer 2007, p. 9 -28.

Over boeken, procedures en onbehagen: aanbestedingsrecht in het onderwijs, p. 5-10 School en Wet 2008, p.

De publieke taak: diensten van algemeen (economisch) belang en de gevolgen van de Dienstenrichtlijn, SEW Tijdschrift voor Europees en economisch recht, 2007 p. 379-397.

Marktwerking in oprichting: de bevoegdheden van Zorgautoriteit en NMa en de werking in de praktijk,Tijdschrift voor gezondheidsrecht 2006, p. 2-15.


 
Overheidsbijdragen aan infrastructuur: gerechtvaardigde ondersteuning of onrechtmatige staatssteun?

1 Inleiding

Stel: een gemeente wil een bijdrage leveren aan het realiseren aan een nieuw voetbalstadion voor de plaatselijke profvoetbalclub. Ze besluit daarvoor gelden vrij te maken en de voetbalclub voor de bouw van het stadion te subsidie«ren. De gemeente verstrekt de sub- sidie onder voorwaarde dat er ook andere activiteiten kunnen plaatsvinden in het stadion, zoals het gebruik door amateurvoetbalclubs en andere sportverenigingen en het houden van popconcerten en andere evenemen- ten die toegankelijk zijn voor een breder publiek dan alleen voetballiefhebbers. De voetbalclub is het hier niet mee eens: immers als zij niet het exclusieve gebruik heeft van het stadion, zijn er risico’s voor de kwaliteit van de grasmat, maar ook voor de kwaliteit van het voetbal zelf. De gemeente geeft na grote druk overwe- gend toe: de amateurclubs en andere sportverenigingen kunnen geen gebruik van het stadion maken, en er wordt slechts zeer sporadisch toegestaan dat er pop- concerten plaatsvinden. Omwonenden maken bezwaar tegen de bouw en beroepen zich tot schrik van de Gemeente op het geven van onrechtmatige staatssteun aan de club die op grond van art. 88 lid 3 gemeld had moeten worden. Bovendien arriveert er een schrijven van de Europese Commissie: ook zij ziet de financiering van het stadion wordt gezien als staatssteun.

De gemeente is verbijsterd: bijdragen aan infrastructuur zijn toch immers toegestaan omdat zij in het algemeen be- lang worden geacht te zijn? Overheden, of dit nu de centrale overheid is of een lagere overheid, zijn geneigd financie«le bijdragen te leveren aan de infrastructuur die zij in hun territorium nodig achten. Daarbij kan het gaan om allerlei soorten infrastructuur. Voor de hand ligt natuurlijk infrastructuur in netwerksectoren: een land zonder spoorwegen, wegen, elektriciteitsleidingen of een kabelnetwerk ligt in letterlijke zin plat.

Maar ook andere infrastructuur wordt gefinancierd, men kan denken aan investeringen van gemeenten in, zoals we al zagen, voetbalstadions, in gebouwen waar sociaal-culturele activiteiten plaats- vinden, bedrijventerreinen die er voor zorgen dat een gemeente een economische impuls krijgt, en aan woningen in de sociale sector die worden gebouwd.

Zolang overheden die infrastructuur in eigendom of in eigen beheer hebben en de activiteiten die met deze infrastructuur gepaard gaan zelf uitvoeren is er niets aan de hand. Dat de overheid de infrastructuur financiert, maakt in dat geval deel uit van de zelfvoorziening die overheden in het kader van het algemeen belang verrichten. Het enige probleem dat zou kunnen ontstaan is dat zij concurreren met ondernemingen die de activiteiten op de markt zouden willen verrichten. Totdat de wetswijziging van de Mededingingswet in Nederland betreffende, kort gezegd, het gedrag van overheden op de markt, in werking is getreden, is dat in elk geval nog geen echt probleem.

Dit is hooguit het geval wanneer een overheid beschuldigd zou worden van misbruik van machtspositie, maar dan moet het anderen verboden zijn de activiteit te verrichten en de overheid in kwestie de taak zelf eigenlijk niet aan kunnen.5 Dit wordt anders wanneer die de entiteiten de activiteiten die gepaard gaan met de infrastructuur verrichten geprivatiseerd worden zoals in het geval van woning- bouwcorporaties. Ook wanneer de markt waarvoor de infrastructuur gebruikt wordt in meer of mindere mate geliberaliseerd wordt, zoals telecommunicatie en energie, kunnen er problemen ontstaan. Hetzelfde geldt wanneer overheden gebruik maken van de mogelijkhe- den die marktpartijen bieden om bepaalde activiteiten gezamenlijk te gaan verrichten. Zodra ondernemingen gezamenlijk met de financie- rende overheid betrokken zijn bij het opzetten van een infrastructuur, of bij het beheer of onderhoud daarvan dan betekent dit dat de bijdragen van de overheid aan de infrastructuur het risico lopen gekwalificeerd te worden als staatssteun in de zin van art. 87 EG. Waar voorheen het opzetten, beheer en onderhoud als exclusieve overheidstaak werd gezien, is nu de vraag in hoeverre de betrokken marktpartijen ten aanzien van de infrastructuur niet zelf een taak en dus ook een financieringsverplichting hebben. De vraag of overheden gewenste infrastructuur mogen financieren, zal in de komende periode steeds dringen- der gaan worden. Want hoewel er inmiddels wat pro- testen komen tegen de toenemende liberalisering van markten, dan wel de samenwerking tussen overheden en ondernemingen, ziet het er niet naar uit dat deze trend vooralsnog zal afnemen. Daarnaast zal de kre- dietcrisis het beroep op bijdragen voor infrastructuur door overheden doen toenemen, met name als de pri- vate organisaties er niet in slagen de kosten zelf op te brengen.

En wanneer ondernemingen die infrastruc- tuur aanleggen, beheren en onderhouden, daar niet meer toe in staat zijn, blijkt vaak dat er een publiek belang is om die infrastructuur in stand te houden. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan de kabel- netwerken in de steden, energieleidingen en de anten- nenetwerken van de telecommunicatiebedrijven. In dit artikel zal ik bezien onder welke omstandigheden overheden in het publiek belang bijdragen kunnen bieden aan infrastructuur, zonder het risico te lopen dat deze als verboden staatssteun worden gekwalificeerd, dan wel hoe zij dit risico zo klein mogelijk kunnen houden. Dit is niet alleen relevant voor de overheden zelf, maar tevens voor particulieren, die overheidsbij- dragen aan infrastructuur die als staatssteun gekwalificeerd kunnen worden, mogelijk willen gebruiken als bezwaar- en beroepsgrond in het kader van andere bestuursrechtelijke procedures. Ik ben mij ervan bewust dat bijdragen aan infrastruc- tuur veel verschillende vormen kunnen aannemen, zoals, onder meer, leningen, garantiestellingen, subsidies en symbolische vergoedingen. Hoewel de inkleding van de bijdrage invloed kan hebben op de kwalificatie van de bijdrage, ga ik op deze verschillen in vorm omwille van de lengte van dit artikel niet in. Om bovenstaande vragen te beantwoorden ga ik pri- mair in op de mogelijkheden die art. 87 EG biedt be- treffende de overheidsfinanciering van verschillende soorten infrastructuur. Daarnaast zal ik bezien in hoeverre Europese regelgeving, bijdragen aan infrastructuur mogelijk maakt. Vervolgens bezie ik de jurisprudentie van het Hof van Justitie betreffende de kwalifiatie van overheidsbijdragen aan infrastructuur en dan met name in hoeverre de aanleg, beheer en onderhoud van infrastructuur als dienst van algemeen economisch belang kunnen worden gezien. Ten slotte zal ik een kleine casestudy verrichten naar de effecten van het staatssteunrecht op de tot dusver enig echt geliberaliseerde markt, te weten die van de telecommunicatie- infrastructuur.

 

Dit is het eerste hoofstuk, wilt u verder lezen? Download de pdf hier